Wanneer kom je in aanmerking voor afslankmedicatie?

Gewichtsreducerende medicatie kan bij sommige volwassenen met overgewicht of obesitas een aanvulling zijn op voeding, beweging en andere leefstijlonderdelen. Voldoen aan een bepaalde BMI-grens betekent echter niet automatisch dat medicatie wordt voorgeschreven.

Een arts beoordeelt onder andere de medische indicatie, gewichtsgerelateerde aandoeningen, eerdere behandelingen, andere medicatie, mogelijke bijwerkingen en persoonlijke voorkeuren. Ook verschillen de geregistreerde indicaties en voorwaarden per geneesmiddel.

Wil je eerst weten welke geneesmiddelen voor gewichtsverlies bestaan? Bekijk dan het overzicht van medicijnen voor gewichtsverlies.

In het kort

Gewichtsreducerende medicatie kan bij volwassenen doorgaans worden overwogen bij:

  • een BMI van minimaal 30 kg/m²; of

  • een BMI vanaf 27 kg/m² in combinatie met een vergrote buikomvang en/of een gewichtsgerelateerde aandoening.

De exacte geregistreerde indicatie verschilt per geneesmiddel. Bij veel medicijnen is vanaf een BMI van 27 kg/m² ten minste één gewichtsgerelateerde aandoening vereist.

Voldoen aan deze voorwaarden leidt niet automatisch tot een recept of vergoeding. Eerst is een individuele medische beoordeling nodig.

Bij een BMI lager dan 27 kg/m² valt behandeling met de gangbare gewichtsreducerende geneesmiddelen doorgaans buiten de geregistreerde indicatie en is behandeling off-label.

Inhoudsopgave

  • Wat is gewichtsreducerende medicatie?

  • Wanneer kan medicatie volgens de richtlijn worden overwogen?

  • Wat is BMI?

  • BMI van 30 of hoger

  • BMI vanaf 27 met een verhoogd gezondheidsrisico

  • Welke aandoeningen kunnen worden meegewogen?

  • Waarom BMI niet het hele verhaal vertelt

  • Behandeling bij een BMI lager dan 27

  • Welke factoren beoordeelt een arts?

  • Wanneer is afslankmedicatie mogelijk niet geschikt?

  • Hoe wordt het effect geëvalueerd?

  • Wordt afslankmedicatie vergoed?

  • Veelgestelde vragen

  • Conclusie

Wat is gewichtsreducerende medicatie?

Gewichtsreducerende medicatie is een verzamelnaam voor receptgeneesmiddelen die kunnen worden gebruikt bij de behandeling van overgewicht en obesitas.

Er bestaan verschillende groepen geneesmiddelen, waaronder:

  • middelen die de GLP-1-receptor activeren;

  • gecombineerde GIP/GLP-1-receptoragonisten;

  • geneesmiddelen die de opname van vet uit de voeding verminderen;

  • geneesmiddelen die via andere mechanismen de eetlust beïnvloeden.

Voorbeelden van werkzame stoffen zijn:

Deze geneesmiddelen hebben niet allemaal dezelfde werking, indicatie, bijwerkingen of stopcriteria. Ook is niet ieder geneesmiddel met deze werkzame stoffen geregistreerd voor gewichtsverlies.

Zo zijn sommige middelen met semaglutide (Ozempic, Rybelsus) geregistreerd voor diabetes mellitus type 2, terwijl een ander semaglutideproduct (Wegovy) voor gewichtsverlies is geregistreerd.

De keuze voor een geneesmiddel wordt daarom niet alleen bepaald door de werkzame stof, maar ook door de officiële indicatie van het specifieke product.

Lees voor meer uitleg:

Wanneer kan medicatie volgens de richtlijn worden overwogen?

Volgens de Nederlandse richtlijn kan gewichtsreducerende medicatie als toevoeging aan een gecombineerde leefstijlinterventie worden overwogen bij volwassenen met:

  • obesitas: een BMI van minimaal 30 kg/m²; of

  • overgewicht: een BMI vanaf 27 kg/m² in combinatie met een vergrote buikomvang en/of gewichtsgerelateerde aandoening.

Deze richtlijncriteria zijn niet altijd precies hetzelfde als de geregistreerde indicatie van ieder afzonderlijk geneesmiddel.

Bij verschillende moderne geneesmiddelen voor gewichtsverlies geldt als geregistreerde indicatie:

  • BMI van minimaal 30 kg/m²; of

  • BMI vanaf 27 tot minder dan 30 kg/m² én minimaal één gewichtsgerelateerde aandoening.

Medicatie wordt gebruikt als aanvulling op een energiebeperkt voedingspatroon, meer lichaamsbeweging en andere passende leefstijlondersteuning.

Een arts beoordeelt daarnaast:

  • of het middel voor de betreffende toepassing is geregistreerd;

  • of de verwachte gezondheidswinst opweegt tegen de risico’s;

  • of er contra-indicaties of relevante interacties bestaan;

  • of andere behandelmogelijkheden geschikter zijn;

  • of veilige controle tijdens de behandeling mogelijk is.

Voldoen aan de BMI-criteria betekent dus dat medicatie kan worden overwogen. Het geeft geen automatisch recht op een behandeling of recept.

Wat is BMI?

BMI staat voor body mass index. Het is een eenvoudige maat waarin het gewicht wordt afgezet tegen de lichaamslengte.

De berekening is:

BMI = gewicht in kilogram ÷ lengte in meters²

De gebruikelijke classificatie voor volwassenen is:

BMI Classificatie

Lager dan 18,5 Ondergewicht

18,5–24,9 Binnen de gebruikelijke referentiewaarden

25,0–29,9 Overgewicht

30,0–34,9 Obesitas klasse I

35,0–39,9 Obesitas klasse II

40 of hoger Obesitas klasse III

BMI is een screeningsmaat en geen volledige beoordeling van iemands gezondheid. Een BMI binnen de referentiewaarden betekent niet automatisch dat iemand gezond is. Andersom geeft een verhoogde BMI niet aan welke aandoeningen iemand daadwerkelijk heeft.

De interpretatie kan daarnaast worden beïnvloed door onder andere leeftijd, lichaamsbouw, spiermassa en etnische achtergrond.

BMI van 30 kg/m² of hoger

Bij een BMI van minimaal 30 kg/m² is volgens de gebruikelijke classificatie sprake van obesitas. Gewichtsreducerende medicatie kan dan worden overwogen, ook wanneer nog geen gewichtsgerelateerde aandoening is vastgesteld.

Dit betekent niet dat behandeling automatisch passend is. Eerst wordt beoordeeld:

  • welke gezondheidsproblemen aanwezig zijn;

  • welke behandelingen eerder zijn geprobeerd;

  • of er oorzaken of medicijnen zijn die aan gewichtstoename bijdragen;

  • welke voordelen redelijkerwijs verwacht kunnen worden;

  • welke bijwerkingen en risico’s relevant zijn;

  • of een andere behandeling beter past.

Het doel is niet uitsluitend om zoveel mogelijk kilogrammen te verliezen. Mogelijke behandeldoelen zijn ook:

  • verbeteren van de bloedsuiker;

  • verlagen van de bloeddruk;

  • verminderen van slaapapneuklachten;

  • verbeteren van mobiliteit en lichamelijk functioneren;

  • verminderen van andere gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico’s;

  • ondersteunen van gewichtsverlies op langere termijn.

BMI vanaf 27 kg/m² met een verhoogd gezondheidsrisico

Bij een BMI vanaf 27 tot minder dan 30 kg/m² is voor verschillende geregistreerde geneesmiddelen minimaal één gewichtsgerelateerde aandoening nodig.

De Nederlandse richtlijn noemt bij overgewicht daarnaast een vergrote buikomvang en/of comorbiditeit als reden om toevoeging van medicatie aan een gecombineerde leefstijlinterventie te overwegen.

Welke criteria uiteindelijk gelden, hangt af van:

  • de actuele productinformatie;

  • de professionele richtlijn;

  • de medische situatie;

  • het gekozen geneesmiddel.

Een vergrote buikomvang kan wijzen op relatief veel vet in de buikregio. Dit hangt samen met een hoger risico op onder andere diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten. Een verhoogde buikomvang betekent echter niet automatisch dat ieder geneesmiddel binnen de geregistreerde indicatie kan worden voorgeschreven.

Welke gewichtsgerelateerde aandoeningen kunnen worden meegewogen?

Voorbeelden van aandoeningen die bij de indicatiestelling relevant kunnen zijn:

  • diabetes mellitus type 2;

  • prediabetes;

  • hoge bloeddruk;

  • dyslipidemie, zoals afwijkende cholesterol- of triglyceridenwaarden;

  • obstructieve slaapapneu;

  • hart- en vaatziekten.

Andere gezondheidsproblemen kunnen eveneens meewegen bij de totale medische beoordeling, zoals:

  • metabool geassocieerde leververvetting;

  • artrose en mobiliteitsproblemen;

  • polycysteus-ovariumsyndroom;

  • lichamelijke beperkingen die door het gewicht worden verergerd.

Niet al deze aandoeningen staan bij ieder geneesmiddel expliciet in de geregistreerde indicatie.

Waarom vertelt BMI niet het hele verhaal?

BMI maakt geen onderscheid tussen vetmassa, spiermassa en botmassa. Het geeft ook niet aan waar het lichaamsvet zich bevindt.

Twee mensen met dezelfde BMI kunnen daardoor verschillen in:

  • buikomvang;

  • hoeveelheid visceraal vet;

  • spiermassa;

  • lichamelijke conditie;

  • bloeddruk;

  • bloedsuiker;

  • cholesterol;

  • aanwezigheid van slaapapneu;

  • algemeen gezondheidsrisico.

Daarom kan de medische beoordeling naast BMI bestaan uit:

  • buikomvang;

  • gewichtsverloop;

  • bloeddruk;

  • relevante bloedwaarden;

  • lichamelijke conditie;

  • medische voorgeschiedenis;

  • medicatiegebruik;

  • voedingspatroon;

  • slaap;

  • psychische en sociale omstandigheden;

  • eerdere behandelervaringen.

BMI blijft wel een belangrijk onderdeel van de geregistreerde indicaties. De beperkingen van BMI betekenen niet automatisch dat medicatie buiten deze indicaties passend is.

Behandeling bij een BMI lager dan 27 kg/m²

Bij een BMI lager dan 27 kg/m² valt behandeling met de gangbare gewichtsreducerende geneesmiddelen doorgaans buiten de geregistreerde indicatie, zogeheten off-label gebruik.

Off-label voorschrijven is toegestaan, maar vraagt om extra zorgvuldigheid. Dat betekent onder andere dat de arts duidelijk uitlegt waarom voor een behandeling buiten de geregistreerde indicatie wordt gekozen, welke wetenschappelijke onderbouwing hiervoor bestaat en welke onzekerheden er nog zijn. De patiënt moet hierover goed geïnformeerd worden voordat gezamenlijk wordt besloten om een behandeling te starten.

Welke factoren beoordeelt een arts nog meer?

Een medische beoordeling gaat verder dan het berekenen van de BMI.

Medische voorgeschiedenis

Er wordt onder andere gekeken naar:

  • diabetes of prediabetes;

  • hoge bloeddruk;

  • hart- en vaatziekten;

  • slaapapneu;

  • nier- en leverfunctie;

  • maag-darmaandoeningen;

  • galblaasproblemen;

  • eerdere pancreatitis;

  • psychische klachten;

  • aanwijzingen voor een eetstoornis.

Andere medicatie

Sommige geneesmiddelen kunnen gewichtstoename bevorderen. Andere medicijnen kunnen een wisselwerking hebben met gewichtsreducerende medicatie of moeten tijdens gewichtsverlies worden aangepast.

Voorbeelden zijn:

  • insuline en andere diabetesmedicatie;

  • bepaalde antidepressiva en antipsychotica;

  • corticosteroïden;

  • sommige anti-epileptica;

  • bloeddrukverlagende medicatie;

  • geneesmiddelen waarbij een nauwkeurige orale opname belangrijk is.

Stop bestaande medicatie nooit zelfstandig. Een arts beoordeelt of aanpassen mogelijk en verantwoord is.

Mogelijke oorzaken van gewichtstoename

Afhankelijk van de klachten kan aandacht nodig zijn voor:

  • schildklieraandoeningen;

  • slaaptekort of slaapapneu;

  • overgang of andere hormonale veranderingen;

  • beperkte mobiliteit;

  • depressie of chronische stress;

  • eetbuien of ander verstoord eetgedrag;

  • alcoholgebruik;

  • sociale en financiële omstandigheden.

Niet iedereen heeft uitgebreid bloedonderzoek of endocrinologisch onderzoek nodig. Dit wordt bepaald op basis van klachten en medische voorgeschiedenis.

Eerdere behandelingen

Er wordt besproken welke behandelvormen eerder zijn geprobeerd, wat daarvan het effect was en welke belemmeringen iemand heeft ervaren.

Leefstijlbehandeling vormt de basis, maar het is niet nodig dat iemand eerst eindeloos zonder ondersteuning probeert af te vallen. Medicatie kan worden toegevoegd wanneer dit volgens de indicatie, richtlijn en persoonlijke situatie passend is.

Persoonlijke doelen en voorkeuren

Niet iedereen heeft dezelfde behandeldoelen. Gezamenlijk kan worden besproken welke doelen realistisch en medisch relevant zijn, bijvoorbeeld:

  • gezondheidswinst;

  • beter lichamelijk functioneren;

  • verbeteren van de kwaliteit van leven;

  • gewichtsverlies;

  • behoud van spiermassa;

  • vermindering van specifieke klachten.

Wanneer is afslankmedicatie mogelijk niet geschikt?

De precieze contra-indicaties verschillen per geneesmiddel. Behandeling kan afhankelijk van het middel niet geschikt of tijdelijk niet passend zijn bij:

  • zwangerschap;

  • een zwangerschapswens op korte termijn;

  • borstvoeding;

  • ernstige maag-darmaandoeningen of gastroparese;

  • een bekende overgevoeligheid voor het geneesmiddel;

  • bepaalde psychische aandoeningen;

  • een actieve of vermoedelijke eetstoornis;

  • relevante interacties met andere medicatie;

  • onvoldoende mogelijkheid om de behandeling veilig te controleren.

Bij eerdere pancreatitis, galblaasproblemen, diabetische retinopathie of bepaalde andere aandoeningen kan extra voorzichtigheid of controle nodig zijn.

Een medische contra-indicatie verschilt van een leefstijlprobleem. Iemand hoeft geen perfecte leefstijl te hebben om voor behandeling in aanmerking te komen. Wel is medicatie bedoeld als aanvulling op haalbare veranderingen in voeding, beweging en andere relevante leefstijlfactoren.

Welke rol speelt leefstijlbehandeling?

Gewichtsreducerende medicatie wordt gebruikt als onderdeel van een bredere behandeling.

Daarbij kan aandacht worden besteed aan:

  • een volwaardig voedingspatroon;

  • voldoende eiwitinname;

  • voldoende vezels en vocht;

  • regelmatige lichaamsbeweging;

  • krachttraining en behoud van spiermassa;

  • slaap;

  • stress en herstel;

  • eetgedrag en psychologische ondersteuning.

De benodigde ondersteuning verschilt per persoon. Het doel is niet een tijdelijk streng dieet, maar een aanpak die aansluit bij de gezondheid en op langere termijn uitvoerbaar is.

Lees meer in: Waarom leefstijlaanpassing belangrijk blijft tijdens afslankmedicatie

Hoe wordt het effect van de behandeling geëvalueerd?

Tijdens de behandeling worden niet alleen het gewicht en de BMI gevolgd. Ook wordt gekeken naar:

  • bijwerkingen;

  • voedingsinname;

  • buikomvang;

  • bloedsuiker en andere relevante bloedwaarden;

  • spierfunctie en lichamelijke conditie;

  • kwaliteit van leven;

  • vooraf afgesproken behandeldoelen.

Afhankelijk van het geneesmiddel kunnen specifieke evaluatie- of stopcriteria gelden. Bij sommige middelen wordt geadviseerd te stoppen wanneer na een vastgestelde behandelperiode op de maximaal verdraagbare dosis onvoldoende gewichtsverlies is bereikt.

Deze regels zijn niet voor ieder geneesmiddel hetzelfde. De actuele productinformatie is daarom leidend.

De behandeling kan ook worden aangepast of gestopt bij:

  • ernstige of aanhoudende bijwerkingen;

  • onvoldoende effect;

  • een zwangerschap of zwangerschapswens;

  • een verandering van de gezondheidssituatie;

  • persoonlijke voorkeur van de patiënt.

Wordt afslankmedicatie vergoed?

Voldoen aan de medische indicatie betekent niet automatisch dat de behandeling vanuit het basispakket wordt vergoed.

Voor vergoeding kunnen aanvullende voorwaarden gelden, zoals:

  • een hogere BMI-grens;

  • de aanwezigheid van specifieke comorbiditeit;

  • deelname aan of afronding van een gecombineerde leefstijlinterventie;

  • voorschrijven door of na beoordeling van een bepaalde zorgverlener;

  • voorwaarden die afhankelijk zijn van het specifieke geneesmiddel.

Vergoedingsvoorwaarden kunnen veranderen. Controleer daarom de actuele informatie bij de zorgverzekeraar, het Zorginstituut Nederland of de behandelend zorgverlener.

Een medische indicatie, een recept en vergoeding zijn drie afzonderlijke zaken.

Veelgestelde vragen

Kom ik automatisch in aanmerking als mijn BMI 30 of hoger is?

Nee. Een BMI van minimaal 30 kg/m² valt bij verschillende geneesmiddelen binnen de geregistreerde indicatie, maar geeft niet automatisch recht op behandeling.

Een arts beoordeelt de gezondheid, andere medicatie, mogelijke contra-indicaties, eerdere behandelingen en persoonlijke voorkeuren.

Kan ik medicatie gebruiken bij een BMI tussen 27 en 30?

Dat kan bij verschillende geneesmiddelen wanneer sprake is van minimaal één relevante gewichtsgerelateerde aandoening.

Volgens de Nederlandse richtlijn kan bij overgewicht ook een vergrote buikomvang en/of comorbiditeit worden meegewogen. De geregistreerde indicatie van het specifieke geneesmiddel blijft echter belangrijk.

Kan ik afslankmedicatie gebruiken bij een BMI lager dan 27?

Gewichtsreducerende medicatie valt bij een BMI lager dan 27 doorgaans buiten de geregistreerde indicatie en wordt in het algemeen niet geadviseerd. In sommige gevallen kan wel off-label medicatie worden voorgeschreven.

Telt een vergrote buikomvang ook mee?

Ja, een vergrote buikomvang kan wijzen op een verhoogd cardiometabool risico en wordt in de Nederlandse richtlijn meegewogen.

Of buikomvang op zichzelf voldoende is voor het voorschrijven van een specifiek geneesmiddel, hangt af van de geregistreerde indicatie en de individuele medische beoordeling.

Waarom is BMI niet voldoende?

BMI geeft geen informatie over vetverdeling, spiermassa, conditie en reeds aanwezige aandoeningen. Daarom worden ook buikomvang, bloeddruk, bloedwaarden, medische voorgeschiedenis en andere risicofactoren beoordeeld.

Moet ik eerst zelf proberen af te vallen?

Leefstijlbehandeling vormt de basis, maar iemand hoeft niet eerst jarenlang zonder ondersteuning te proberen af te vallen.

Medicatie kan als aanvulling worden overwogen wanneer de indicatie, behandelgeschiedenis en medische situatie daar aanleiding toe geven.

Is afslankmedicatie een tijdelijke behandeling?

Dat verschilt. Obesitas is een chronische aandoening en bij sommige mensen kan langdurige behandeling passend zijn.

Na het stoppen kan de eetlust toenemen en kan een deel van het verloren gewicht terugkomen. De behandelduur en eventuele stopstrategie worden individueel besproken.

Lees ook: Wat gebeurt er als je stopt met afslankmedicatie?

Is medicatie altijd de beste keuze?

Nee. Afhankelijk van de BMI, comorbiditeit, gezondheid en persoonlijke voorkeuren kan de behandeling bestaan uit:

  • leefstijlbegeleiding;

  • psychologische ondersteuning;

  • behandeling van een onderliggende aandoening;

  • aanpassing van bestaande medicatie;

  • gewichtsreducerende medicatie;

  • metabole of bariatrische chirurgie;

  • een combinatie van behandelvormen.

De behandeling wordt afgestemd op de individuele situatie.

Conclusie

Gewichtsreducerende medicatie kan bij volwassenen worden overwogen bij een BMI van minimaal 30 kg/m², of vanaf een BMI van 27 kg/m² wanneer sprake is van een vergrote buikomvang en/of relevante gewichtsgerelateerde aandoening. De exacte geregistreerde indicatie verschilt per geneesmiddel.

BMI vormt slechts één onderdeel van de beoordeling. Een arts kijkt ook naar het gewichtsverloop, buikomvang, medische voorgeschiedenis, bestaande aandoeningen, andere medicatie, eerdere behandelervaringen en persoonlijke voorkeuren.

Bij een BMI lager dan 27 kg/m² valt behandeling met de gangbare gewichtsreducerende geneesmiddelen doorgaans buiten de geregistreerde indicatie en wordt deze in het algemeen niet geadviseerd.

Voldoen aan de medische criteria betekent niet automatisch dat een geneesmiddel wordt voorgeschreven of vergoed. De verwachte voordelen en risico’s moeten individueel worden afgewogen.

Overweeg je een behandeling voor overgewicht of obesitas? Via de medische vragenlijst kun je informatie over je gezondheid en behandelgeschiedenis doorgeven. Als je in aanmerking komt kan je vervolgens een vrijblijvend intake gesprek houden. Het invullen van de vragenlijst leidt niet automatisch tot behandeling of een recept.

Wil je meer weten over de achtergrond en werkwijze van mij? Lees dan meer over dokter Danny.

Gerelateerde artikelen

Bronnen

  1. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en partners. Richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen – Effectiviteit medicatie.

  2. European Medicines Agency. Actuele productinformatie Wegovy.

  3. European Medicines Agency. Actuele productinformatie Mounjaro.

  4. European Medicines Agency. Actuele productinformatie Saxenda.

  5. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Geneesmiddeleninformatiebank.

  6. Zorginstituut Nederland. Actuele informatie over vergoeding van gewichtsreducerende geneesmiddelen.

  7. World Health Organization. Obesity and overweight.

Deze pagina bevat algemene medische informatie en vervangt geen persoonlijke medische beoordeling of behandeling.

Vorige
Vorige

Obesitas is een chronische ziekte: waarom dat belangrijk is

Volgende
Volgende

Hoe werkt tirzepatide bij gewichtsverlies?