Obesitas is een chronische ziekte: waarom dat belangrijk is
Obesitas wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie beschouwd als een complexe, chronische en vaak terugkerende ziekte. De aandoening ontstaat door een samenspel van biologische, genetische, psychologische, sociale en omgevingsfactoren.
Dat betekent niet dat voeding en beweging onbelangrijk zijn. Het betekent wel dat het ontstaan en behandelen van obesitas niet kan worden teruggebracht tot discipline, wilskracht of één afzonderlijke leefstijlkeuze.
De erkenning als chronische ziekte kan helpen om gewichtsstigma en schuldgevoelens te verminderen. Daarnaast maakt deze benadering duidelijk waarom sommige mensen langdurige of terugkerende ondersteuning nodig hebben. Die ondersteuning kan bestaan uit leefstijlbegeleiding, psychologische behandeling, medicatie, metabole chirurgie of een combinatie daarvan.
In het kort
Obesitas is een complexe, chronische en vaak terugkerende ziekte. Biologische aanleg, hersensignalen, hormonen, psychologische factoren, sociale omstandigheden en de leefomgeving beïnvloeden samen het lichaamsgewicht.
Na gewichtsverlies kunnen de eetlust toenemen en het energieverbruik afnemen. Deze biologische aanpassingen kunnen het behoud van een lager gewicht bemoeilijken, maar verschillen per persoon.
Obesitas is geen bewijs van onvoldoende discipline. Gewichtsstigma kan juist gezondheidsschade veroorzaken en mensen ervan weerhouden hulp te zoeken.
Het chronische karakter betekent niet dat iedereen levenslang medicatie nodig heeft. De behandeling en intensiteit van ondersteuning worden afgestemd op de gezondheid, klachten, voorkeuren en persoonlijke omstandigheden.
Inhoudsopgave
Wat is obesitas?
Is obesitas altijd hetzelfde als ziekte?
Waarom wordt obesitas een chronische ziekte genoemd?
Waardoor ontstaat obesitas?
Waarom kan afvallen moeilijk zijn?
Wat gebeurt er na gewichtsverlies?
De rol van hersenen en hormonen
Leptine en energiereserves
Ghreline en eetlust
GLP-1 en andere darmhormonen
Obesitas is geen gebrek aan wilskracht
Waarom komt gewicht soms terug?
Hoe wordt obesitas behandeld?
Is langdurige behandeling altijd nodig?
Veelgestelde vragen
Conclusie
Wat is obesitas?
Obesitas wordt meestal omschreven als een overmatige hoeveelheid lichaamsvet die de gezondheid kan schaden. Het gaat dus niet alleen om het getal op de weegschaal, maar ook om de hoeveelheid en verdeling van het lichaamsvet en de gevolgen daarvan voor de gezondheid en het dagelijks functioneren.
Artsen gebruiken vaak de body mass index, afgekort BMI, als eerste screeningsmaat.
De BMI wordt berekend door het gewicht in kilogram te delen door de lengte in meters in het kwadraat.
Voor volwassenen wordt doorgaans de volgende indeling gebruikt:
BMI Gebruikelijke classificatie
Lager dan 18,5 Ondergewicht
18,5–24,9 Binnen de gebruikelijke referentiewaarden
25,0–29,9 Overgewicht
30,0–34,9 Obesitas klasse I
35,0–39,9 Obesitas klasse II
40 of hoger Obesitas klasse III
BMI is een indirecte maat. Het maakt geen onderscheid tussen vetmassa, spiermassa en botmassa en geeft geen informatie over de plaats waar het lichaamsvet zich bevindt.
Daarom kan de beoordeling worden aangevuld met:
buikomvang;
gewichtsverloop;
lichaamssamenstelling;
bloeddruk;
bloedsuiker en bloedvetten;
aanwezigheid van gewichtsgerelateerde aandoeningen;
lichamelijk en psychisch functioneren.
Een BMI binnen de referentiewaarden betekent niet automatisch dat iemand gezond is. Andersom vertelt een verhoogde BMI niet zelfstandig welke gezondheidsproblemen iemand heeft.
Lees hierover meer in: Wanneer kom je in aanmerking voor afslankmedicatie?
Is obesitas altijd hetzelfde als ziekte?
De Wereldgezondheidsorganisatie classificeert obesitas als een chronische en vaak terugkerende ziekte. Tegelijkertijd verschillen de gezondheidsgevolgen sterk per persoon.
Een internationale commissie van deskundigen heeft daarom voorgesteld onderscheid te maken tussen:
preklinische obesitas: overtollig lichaamsvet zonder aantoonbare orgaan- of functiestoornissen, maar met een verhoogd risico op toekomstige gezondheidsproblemen;
klinische obesitas: overtollig lichaamsvet dat al leidt tot klachten, verminderde orgaanfunctie of beperkingen in het dagelijks functioneren.
Dit nieuwere kader is nog niet overal volledig in medische richtlijnen ingevoerd. Het onderstreept wel dat BMI alleen onvoldoende is om de gezondheid en behandelbehoefte van één persoon te bepalen.
De classificatie als chronische ziekte betekent dus niet dat iedereen boven een bepaalde BMI automatisch ongezond is of dezelfde behandeling nodig heeft.
Waarom wordt obesitas een chronische ziekte genoemd?
Een chronische ziekte is een aandoening die langdurig aanwezig kan blijven en vaak terugkerende aandacht of behandeling vraagt.
Obesitas heeft verschillende kenmerken van een chronische aandoening:
het ontstaat door meerdere samenwerkende factoren;
de aanleg voor gewichtstoename kan langdurig aanwezig blijven;
na gewichtsverlies kan gewichtstoename optreden;
de gezondheidseffecten kunnen zich in de loop van jaren ontwikkelen;
behandeling kan langdurige of herhaalde ondersteuning vragen;
de benodigde behandeling verschilt per persoon en kan in de tijd veranderen.
Het chronische karakter betekent niet dat verbetering onmogelijk is. Mensen kunnen hun gewicht, gezondheid, lichamelijk functioneren en kwaliteit van leven aanzienlijk verbeteren.
Het betekent wel dat een kortdurend dieet niet voor iedereen voldoende is om het resultaat op langere termijn te behouden.
Waardoor ontstaat obesitas?
Gewichtstoename ontstaat uiteindelijk wanneer gedurende langere tijd meer energie wordt ingenomen dan wordt verbruikt. Die constatering verklaart echter niet waarom dit bij de ene persoon gemakkelijker gebeurt dan bij de andere.
De energiebalans wordt beïnvloed door onder andere:
genetische aanleg;
hersensignalen en hormonen;
slaap en het dag-nachtritme;
stress;
psychische gezondheid;
eetgedrag;
geneesmiddelen;
lichamelijke aandoeningen;
mobiliteit en lichamelijke beperkingen;
zwangerschap en hormonale levensfasen;
inkomen en opleiding;
beschikbaarheid en prijs van voeding;
werk en werktijden;
de woon- en voedselomgeving;
marketing en commerciële invloeden.
Obesitas is daarom zowel een individueel medisch probleem als een maatschappelijk vraagstuk. Niet alle factoren zijn door iemand persoonlijk te veranderen.
Waarom kan afvallen moeilijk zijn?
Voor gewichtsverlies moet over een bepaalde periode minder energie worden ingenomen dan het lichaam verbruikt. In de praktijk wordt dit beïnvloed door honger, verzadiging, gewoontegedrag, omgeving, beschikbare tijd, sociale omstandigheden en lichamelijke mogelijkheden.
Wanneer iemand gewicht verliest, heeft een kleiner lichaam bovendien minder energie nodig. Daardoor kan dezelfde voedselinname die eerst tot gewichtsverlies leidde, later voldoende zijn om het lagere gewicht te behouden of zelfs weer aan te komen.
Daarnaast kunnen biologische aanpassingen ontstaan die het behoud van gewichtsverlies bemoeilijken.
Gemiddeld kunnen na gewichtsverlies:
honger en belangstelling voor voedsel toenemen;
bepaalde verzadigingssignalen afnemen;
het energieverbruik dalen;
voedselprikkels sterker worden ervaren;
spontane lichamelijke activiteit veranderen.
De omvang en duur van deze reacties verschillen sterk per persoon.
Wat gebeurt er met het energieverbruik na gewichtsverlies?
Een deel van de daling van het energieverbruik is normaal: een kleiner en lichter lichaam heeft minder energie nodig.
Bij sommige mensen daalt het energieverbruik daarnaast iets verder dan op basis van het lagere gewicht en de veranderde lichaamssamenstelling werd verwacht. Dit wordt adaptieve thermogenese genoemd.
Adaptieve thermogenese is geen alles-of-nietsverschijnsel. De grootte en duur ervan verschillen en onderzoek geeft geen steun aan het idee dat het lichaam één exact gewicht permanent probeert af te dwingen.
Soms wordt gesproken over een ‘setpoint’ dat het lichaam verdedigt. Dit is een vereenvoudigd verklaringsmodel. Waarschijnlijker is dat het gewicht binnen een dynamisch bereik wordt beïnvloed door biologische processen, gedrag en omgeving. Hiervoor wordt ook de term ‘settling point’ gebruikt.
De rol van hersenen en hormonen
De hersenen ontvangen voortdurend informatie over:
beschikbare energiereserves;
voedingsstoffen in het maag-darmstelsel;
bloedsuiker;
maagvulling;
slaap;
stress;
geur, smaak en zicht van voedsel;
eerdere ervaringen en beloning.
De hypothalamus en hersenstam spelen een belangrijke rol bij de verwerking van deze signalen. Ook hersengebieden die betrokken zijn bij motivatie, beloning, stemming en besluitvorming beïnvloeden eetgedrag.
Er bestaat daarom niet één ‘hongercentrum’ of één hormoon dat het lichaamsgewicht zelfstandig regelt.
Leptine en energiereserves
Leptine is een hormoon dat voornamelijk door vetweefsel wordt geproduceerd. De hoeveelheid leptine hangt in grote lijnen samen met de hoeveelheid opgeslagen lichaamsvet.
Leptine informeert de hersenen over de beschikbare energiereserves. Bij obesitas zijn de leptinespiegels doorgaans verhoogd, maar dit leidt niet onbeperkt tot minder eetlust. Hiervoor wordt vaak de term leptineresistentie gebruikt.
Leptineresistentie is geen eenvoudige diagnose die met één bloedmeting kan worden vastgesteld. De onderliggende mechanismen zijn complex.
Wanneer iemand afvalt, neemt de hoeveelheid leptine af. De hersenen kunnen deze daling interpreteren als een vermindering van de beschikbare energiereserves. Dit kan bijdragen aan:
meer eetlust;
een lager energieverbruik;
veranderingen in andere hormoonsignalen.
Leptine is daarmee één van de vele factoren die gewichtstoename na gewichtsverlies kunnen bevorderen.
Ghreline en eetlust
Ghreline wordt voornamelijk in de maag geproduceerd en is betrokken bij de regulatie van de eetlust.
De ghrelinespiegel:
stijgt vaak voorafgaand aan een maaltijd;
neemt doorgaans na het eten af;
kan veranderen na gewichtsverlies.
Na gewichtsverlies kunnen de ghrelinespiegels gemiddeld stijgen. Samen met veranderingen in andere signalen kan dit bijdragen aan een grotere eetlust.
Deze reactie is niet bij iedereen hetzelfde. Ook verschilt de ghrelinerespons tussen gewichtsverlies door leefstijlbehandeling, medicatie en metabole chirurgie.
Ghreline is daarom niet de enige verklaring voor honger of gewichtstoename.
GLP-1 en andere darmhormonen
Na een maaltijd geeft de darm verschillende hormonen af, waaronder GLP-1 en GIP. Deze worden incretinehormonen genoemd.
GLP-1 en GIP stimuleren glucoseafhankelijk de afgifte van insuline. GLP-1 is daarnaast betrokken bij:
de regulatie van honger en verzadiging;
de maaglediging;
de glucagonafgifte;
de bloedsuikerregulatie.
De rol van GIP bij eetlust en gewichtsregulatie is complexer en wordt nog onderzocht.
Sommige geneesmiddelen activeren de GLP-1-receptor of zowel de GIP- als GLP-1-receptor. Deze medicijnen veroorzaken een sterkere en langdurigere receptoractivatie dan de kortdurende hormoonpieken na een maaltijd.
Zij ‘herstellen’ niet aantoonbaar één onderliggend defect, maar beïnvloeden processen die betrokken zijn bij eetlust, verzadiging, voedselinname en bloedsuiker.
Lees voor een uitgebreidere uitleg: Wat is GLP-1 en hoe werkt het?
Obesitas is geen gebrek aan wilskracht
Mensen met obesitas krijgen regelmatig te maken met het vooroordeel dat zij onvoldoende discipline hebben of niet genoeg verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid.
Dit doet geen recht aan de vele factoren die het lichaamsgewicht beïnvloeden.
Twee mensen kunnen bij vergelijkbaar gedrag verschillend reageren door verschillen in:
genetische aanleg;
energieverbruik;
eetlust;
medicatie;
gezondheid;
slaap;
stress;
sociale omstandigheden;
voedselomgeving.
Dit betekent niet dat gedrag geen rol speelt. Het betekent dat gedrag plaatsvindt binnen een biologische en maatschappelijke context die per persoon verschilt.
Gewichtsstigma kan zelf schade veroorzaken. Het kan leiden tot:
schuld en schaamte;
psychische klachten;
vermijding van beweging of zorg;
verstoord eetgedrag;
slechtere communicatie met zorgverleners;
minder toegang tot passende behandeling.
Een respectvolle medische benadering richt zich daarom op gezondheid, functioneren en persoonlijke doelen, zonder iemand op basis van gewicht te veroordelen.
Waarom komt gewicht soms terug?
Gewichtstoename na gewichtsverlies ontstaat meestal door een combinatie van factoren.
Biologische factoren zijn bijvoorbeeld:
toename van de eetlust;
verandering van honger- en verzadigingssignalen;
lager energieverbruik bij een kleiner lichaam;
mogelijke adaptieve thermogenese.
Daarnaast kunnen meespelen:
terugkeer naar een eerdere voedselomgeving;
werkdruk of slaaptekort;
stressvolle gebeurtenissen;
ziekte of lichamelijke beperkingen;
verandering van medicatie;
wegvallen van begeleiding;
stoppen van gewichtsreducerende medicatie;
veranderde sociale of financiële omstandigheden.
Gewichtstoename is daarom niet automatisch het gevolg van onvoldoende discipline. Het kan betekenen dat de omstandigheden of ingezette behandeling onvoldoende aansluiten, zijn veranderd of niet langer beschikbaar zijn.
De informele term ‘jojo-effect’ beschrijft het herhaald afvallen en weer aankomen, maar legt niet uit waarom dit gebeurt.
Hoe wordt obesitas behandeld?
Er bestaat geen behandeling die voor iedereen passend is. De aanpak wordt afgestemd op de gezondheidsrisico’s, klachten, voorkeuren en omstandigheden.
Voeding en beweging
Een behandeling kan aandacht besteden aan:
een volwaardig voedingspatroon;
een passend energietekort;
voldoende eiwitten;
voldoende vezels en vocht;
duur- en krachttraining;
behoud van spiermassa;
dagelijkse lichamelijke activiteit.
Het doel hoeft niet alleen gewichtsverlies te zijn. Verbetering van conditie, spierkracht, bloeddruk, bloedsuiker en kwaliteit van leven kan eveneens waardevol zijn.
Slaap en stress
Slaaptekort, onregelmatige werktijden en langdurige stress kunnen de eetlust, voedselkeuze en uitvoerbaarheid van leefstijlveranderingen beïnvloeden.
Behandeling van slaapapneu en andere slaapstoornissen kan daarom onderdeel zijn van de aanpak.
Psychologische en gedragsmatige ondersteuning
Bij sommige mensen spelen eetbuien, emotioneel eten, depressie, trauma, stress of andere psychologische factoren een rol.
Psychologische behandeling kan dan belangrijk zijn. Bij een eetstoornis is specifieke diagnostiek en behandeling nodig.
Aanpassing van bestaande medicatie
Sommige geneesmiddelen kunnen gewichtstoename bevorderen. Soms bestaat een passend alternatief, maar bestaande medicatie mag nooit zelfstandig worden gestopt.
Gewichtsreducerende medicatie
Medicatie kan bij volwassenen worden overwogen wanneer iemand aan de geldende medische criteria voldoet en de verwachte voordelen opwegen tegen de risico’s.
Deze geneesmiddelen:
werken niet bij iedereen hetzelfde;
kunnen bijwerkingen veroorzaken;
zijn niet voor iedereen geschikt;
worden als onderdeel van een bredere behandeling gebruikt;
kunnen langdurig nodig zijn, maar niet noodzakelijk bij iedereen;
kunnen na stoppen hun effect verliezen.
Voldoen aan BMI-criteria leidt niet automatisch tot een recept of vergoeding.
Lees hierover verder: Wanneer kom je in aanmerking voor afslankmedicatie?
Metabole of bariatrische chirurgie
Bij ernstige obesitas of bepaalde gewichtsgerelateerde aandoeningen kan een metabole operatie worden overwogen. Dit kan gemiddeld tot aanzienlijk en langdurig gewichtsverlies leiden, maar vraagt eveneens een zorgvuldige medische beoordeling en langdurige follow-up.
Sociale en praktische ondersteuning
Een behandeling kan ook aandacht vragen voor:
financiële mogelijkheden;
toegang tot gezonde voeding;
werktijden;
mantelzorg;
mobiliteit;
gezinssituatie;
toegang tot passende zorg.
Niet alle oorzaken en belemmeringen kunnen door een individuele patiënt worden opgelost.
Is langdurige behandeling altijd nodig?
Het chronische karakter van obesitas betekent dat langdurige aandacht of terugkerende ondersteuning nodig kan zijn. Dat betekent niet dat iedereen voortdurend dezelfde behandeling of levenslang medicatie nodig heeft.
De behandeling kan in de tijd veranderen. Iemand kan bijvoorbeeld tijdelijk intensieve begeleiding nodig hebben en later voldoende hebben aan periodieke controles.
Mogelijke langetermijnonderdelen zijn:
zelfstandig volgehouden leefstijlveranderingen;
periodieke begeleiding;
behandeling van gewichtsgerelateerde aandoeningen;
psychologische ondersteuning;
gewichtsreducerende medicatie;
controle na bariatrische chirurgie.
De behandelduur wordt afgestemd op effectiviteit, bijwerkingen, gezondheid, voorkeuren en praktische haalbaarheid.
Kan obesitas in remissie komen?
Obesitas wordt als chronische aandoening beschouwd, maar er kan wel langdurige verbetering of remissie optreden.
Iemand kan:
aanzienlijk gewicht verliezen;
gewichtsgerelateerde aandoeningen verbeteren;
medicatie voor diabetes of hoge bloeddruk verminderen;
lichamelijk beter functioneren;
het lagere gewicht langere tijd behouden.
De aanleg voor gewichtstoename kan daarbij aanwezig blijven. Daarom kunnen controle en ondersteuning ook na een succesvolle behandeling nuttig zijn.
De behandeling moet niet uitsluitend op gewicht zijn gericht. Gezondheid, functioneren, voedingsstatus, spiermassa en kwaliteit van leven zijn minstens zo belangrijk.
Veelgestelde vragen
Is obesitas echt een ziekte?
De WHO beschouwt obesitas als een complexe, chronische en vaak terugkerende ziekte.
Tegelijkertijd verschillen de gezondheidseffecten per persoon. BMI alleen bepaalt niet hoe ziek of gezond iemand is. Daarvoor moeten ook de hoeveelheid en verdeling van lichaamsvet, klachten, orgaanfunctie en dagelijks functioneren worden beoordeeld.
Is obesitas de eigen schuld?
Nee. Persoonlijke keuzes kunnen invloed hebben op het gewicht, maar vinden altijd plaats binnen een biologische, psychologische, sociale en omgevingscontext.
Obesitas is geen bewijs van onvoldoende discipline of karakter.
Betekent obesitas altijd dat iemand ongezond leeft?
Nee. Op basis van iemands lichaamsgewicht kan niet worden vastgesteld wat diegene eet, hoeveel diegene beweegt of hoe gezond de leefstijl is.
Mensen met vergelijkbare gewoonten kunnen door genetische, medische en omgevingsfactoren een verschillend lichaamsgewicht ontwikkelen.
Waarom is gewichtsverlies soms moeilijk vol te houden?
Na gewichtsverlies kan de eetlust toenemen en daalt het energieverbruik doordat het lichaam kleiner is geworden. Daarnaast kunnen omgeving, stress, slaap, ziekte, medicatie en het wegvallen van ondersteuning gewichtstoename bevorderen.
Betekent een chronische ziekte dat ik levenslang medicatie nodig heb?
Nee. Het betekent dat langdurige of terugkerende aandacht nodig kan zijn. De behandeling kan bestaan uit verschillende onderdelen en in de loop van de tijd veranderen.
Voor sommige mensen kan langdurige medicatie passend zijn. Voor anderen niet.
Is leefstijlbehandeling zinloos bij obesitas?
Nee. Voeding, beweging, slaap en psychologische gezondheid zijn belangrijk voor de gezondheid, ook wanneer het gewicht beperkt verandert.
Leefstijlbehandeling kan bloeddruk, bloedsuiker, conditie, spierkracht en kwaliteit van leven verbeteren. Soms is aanvullende behandeling nodig.
Wanneer kan medicatie worden overwogen?
Dit hangt af van onder andere BMI, buikomvang, gewichtsgerelateerde aandoeningen, medische voorgeschiedenis, eerdere behandelingen en mogelijke contra-indicaties.
Het voldoen aan algemene criteria betekent niet automatisch dat een geneesmiddel passend is.
Komt gewicht na het stoppen van medicatie altijd terug?
Niet altijd volledig, maar in onderzoeken neemt het gewicht na het stoppen gemiddeld weer toe. De mate verschilt per persoon en per behandeling.
Lees meer in: Wat gebeurt er als je stopt met afslankmedicatie?
Conclusie
Obesitas is geen eenvoudige optelsom van te veel eten en te weinig bewegen. Het is een complexe, chronische en vaak terugkerende ziekte die ontstaat door interacties tussen biologie, genetische aanleg, psychologische factoren, gedrag, sociale omstandigheden en leefomgeving.
Na gewichtsverlies kunnen biologische aanpassingen optreden die het behoud van een lager gewicht bemoeilijken. Dit betekent niet dat het lichaam één vast gewicht moet behouden of dat gewichtstoename onvermijdelijk is. Het verklaart wel waarom langdurige gewichtsverlies voor veel mensen moeilijk kan zijn.
Een chronische aandoening vraagt om een langetermijnvisie, maar niet om één standaardbehandeling. De aanpak kan bestaan uit leefstijlondersteuning, psychologische behandeling, aanpassing van bestaande medicatie, gewichtsreducerende medicatie, metabole chirurgie of een combinatie.
De behandeling hoort zich niet alleen te richten op kilogrammen. Verbetering van gezondheid, lichamelijk functioneren, spiermassa, voedingsstatus en kwaliteit van leven zijn eveneens belangrijke doelen.
Zoek je ondersteuning bij overgewicht of obesitas? Via de medische vragenlijst kun je informatie over je gezondheid doorgeven. Indien je in aanmerking komt voor een behandeling kan je vervolgens een afspraak maken voor een vrijblijvende intake. Het invullen van de vragenlijst leidt niet automatisch tot behandeling of een recept.
Wil je meer weten over de achtergrond en werkwijze van mij? Lees dan meer over dokter Danny.
Gerelateerde artikelen
Bronnen
World Health Organization. Obesity and overweight. 2025.
Rubino F, Cummings DE, Eckel RH, et al. Definition and diagnostic criteria of clinical obesity. The Lancet Diabetes & Endocrinology. 2025.
Bray GA, Kim KK, Wilding JPH. Obesity: a chronic relapsing progressive disease process. Obesity Reviews. 2017;18:715–723.
Rubino F, Puhl RM, Cummings DE, et al. Joint international consensus statement for ending stigma of obesity. Nature Medicine. 2020;26:485–497.
Sumithran P, Prendergast LA, Delbridge E, et al. Long-term persistence of hormonal adaptations to weight loss. New England Journal of Medicine. 2011;365:1597–1604.
Hall KD, Kahan S. Maintenance of lost weight and long-term management of obesity. Medical Clinics of North America. 2018;102:183–197.
Nederlandse richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen.
European Association for the Study of Obesity. Actuele richtlijnen voor de behandeling van obesitas.
World Health Organization. Guideline on the use of GLP-1 therapies in the treatment of obesity in adults. 2025.
Deze pagina bevat algemene medische informatie en vervangt geen persoonlijke medische beoordeling of behandeling.