Waarom heb ik nog steeds trek tijdens het gebruik van afslankmedicatie?
Medicatie voor gewichtsverlies zoals GLP-1 medicijnen (Ozempic, Wegovy, Mounjaro) kan de eetlust en verzadiging beïnvloeden. Toch blijft vrijwel iedereen in meer of mindere mate honger of trek ervaren. Dat is niet automatisch een teken dat de behandeling onvoldoende werkt of dat de dosering moet worden verhoogd.
Honger en trek worden door verschillende factoren beïnvloed. Naast medicatie spelen onder andere voeding, slaap, stress, emoties, gewoonten, lichamelijke activiteit en andere aandoeningen een rol. Ook verschilt de reactie op medicatie sterk per persoon.
In dit artikel lees je waarom je tijdens de behandeling nog trek kunt hebben, welke factoren daarbij een rol kunnen spelen en wanneer het verstandig is dit met je behandelaar te bespreken.
In het kort
Honger is een normaal lichamelijk signaal en hoeft tijdens de behandeling niet volledig te verdwijnen.
De reactie op medicatie verschilt per persoon en kan tijdens de opbouwfase veranderen.
Trek kan samenhangen met lichamelijke honger, voeding, slaap, stress, emoties en gewoonten.
Veel trek is niet automatisch een reden om de dosering te verhogen.
Zeer weinig eten kan later juist sterke honger of eetbuien uitlokken.
Volwaardige voeding met voldoende eiwitten en vezels kan de verzadiging ondersteunen.
Terugkerende eetbuien of verlies van controle tijdens het eten vragen om afzonderlijke beoordeling.
Ook wanneer je afvalt, blijven voldoende voeding, spierkracht en het beperken van bijwerkingen belangrijk.
Verander de dosering niet zelfstandig.
Inhoudsopgave
Is honger tijdens de behandeling normaal?
Wat is het verschil tussen honger en trek?
Hoe beïnvloedt medicatie de eetlust?
Waarom kun je toch trek blijven houden?
Hoe wordt het behandelresultaat beoordeeld?
Wat kun je zelf doen?
Wanneer moet je contact opnemen?
Veelgestelde vragen
Conclusie
Gerelateerde artikelen
Bronnen
Is honger tijdens de behandeling normaal?
Ja. Het doel van afslankmedicatie is niet om ieder hongergevoel uit te schakelen. Honger helpt het lichaam aangeven dat er behoefte is aan energie en voedingsstoffen.
Sommige mensen merken tijdens de eerste weken dat zij minder honger hebben of eerder verzadigd zijn. Bij anderen worden veranderingen pas later in de opbouwfase merkbaar. Ook zijn er mensen die weinig verschil in eetlust ervaren.
Mogelijke veranderingen tijdens de behandeling zijn:
eerder verzadigd zijn;
kleinere porties voldoende vinden;
langer verzadigd blijven;
minder behoefte hebben aan tussendoortjes;
minder vaak aan eten denken.
Niet iedereen ervaart al deze effecten. Het ontbreken van een sterk voelbaar effect op de eetlust betekent niet automatisch dat het geneesmiddel niets doet. Andersom bewijst een sterk verminderde eetlust niet dat de behandeling voldoende gezondheidsvoordeel oplevert.
De behandeling wordt daarom niet uitsluitend beoordeeld op de hoeveelheid honger of trek.
Wat is het verschil tussen honger en trek?
De woorden honger en trek worden vaak door elkaar gebruikt. Er kan een praktisch verschil bestaan, maar de grens is niet altijd duidelijk.
Lichamelijke honger
Met lichamelijke honger wordt meestal de behoefte aan eten bedoeld die ontstaat wanneer het lichaam energie of voedingsstoffen nodig heeft. Mogelijke kenmerken zijn:
een geleidelijk toenemend hongergevoel;
een lege of rommelende maag;
minder energie of concentratie;
bereidheid om verschillende soorten voeding te eten;
afname van de honger na een maaltijd.
Deze kenmerken zijn niet bij iedereen hetzelfde. Honger kan soms ook vrij plotseling ontstaan, bijvoorbeeld wanneer iemand eerder op de dag weinig heeft gegeten.
Trek of craving
Met trek of craving wordt vaak een sterkere wens naar een bepaald product of type eten bedoeld. Dit kan bijvoorbeeld optreden:
bij het zien of ruiken van eten;
op een vast tijdstip;
tijdens stress of verveling;
bij vermoeidheid;
tijdens sociale situaties;
vanuit een aangeleerde gewoonte.
Lichamelijke honger en trek kunnen tegelijkertijd bestaan. Een sterke wens naar een bepaald product betekent dus niet automatisch dat er geen lichamelijke behoefte aan eten is.
Het doel is niet om alle trek te onderdrukken, maar om beter te herkennen welke factoren eraan bijdragen en welk antwoord passend is.
Hoe beïnvloedt medicatie de eetlust?
GLP-1-receptoragonisten en tirzepatide beïnvloeden verschillende processen die betrokken zijn bij eetlust, verzadiging en bloedsuikerregulatie.
Invloed op de hersenen
GLP-1-receptoren bevinden zich onder andere in delen van het zenuwstelsel die betrokken zijn bij eetlust en verzadiging. Door deze receptoren te activeren kan semaglutide ervoor zorgen dat iemand eerder verzadigd is of minder honger ervaart.
Tirzepatide activeert zowel de GIP- als GLP-1-receptor. Hoe de verschillende effecten precies bijdragen aan gewichtsverlies wordt nog onderzocht.
Invloed op de maaglediging
Deze geneesmiddelen kunnen de maaglediging vertragen, vooral in het begin van de behandeling. Hierdoor kan na een maaltijd langer een vol gevoel bestaan.
Het effect op de maaglediging kan bij langdurig gebruik afnemen. De werking op gewicht wordt daarom niet uitsluitend door een tragere maaglediging verklaard.
Minder gedachten aan eten
Sommige mensen melden dat zij tijdens de behandeling minder vaak aan eten denken. Hiervoor wordt informeel de term ‘food noise’ gebruikt.
Dit is geen scherp gedefinieerde medische diagnose of standaardmaat voor werkzaamheid. Niet iedereen ervaart deze verandering en het effect kan gedurende de behandeling wisselen.
Lees voor meer uitleg: Wat is GLP-1 en hoe werkt het?.
Waarom kun je toch trek blijven houden?
Meestal bestaat er niet één duidelijke verklaring. Verschillende factoren kunnen tegelijkertijd een rol spelen.
1. Je bevindt je nog in de opbouwfase
De behandeling begint meestal met een lage dosering. Deze startdosering is bedoeld om het lichaam te laten wennen en de kans op bijwerkingen te beperken. Het effect op eetlust en gewicht kan tijdens deze fase nog beperkt zijn.
Dat betekent niet dat de dosering sneller moet worden verhoogd. Honger alleen is geen reden voor een dosisverhoging. De behandelaar kijkt ook naar:
de behandelduur;
het gewicht en andere gezondheidswaarden;
de huidige dosering;
bijwerkingen;
correct en regelmatig gebruik;
de medische situatie.
Niet iedereen hoeft de hoogste beschikbare dosis te bereiken. Verhoog de dosering uitsluitend volgens het afgesproken behandelschema.
2. Je hebt onvoldoende gegeten
Een sterk verminderde eetlust kan ertoe leiden dat iemand overdag weinig eet of regelmatig maaltijden overslaat. Later op de dag kan daardoor alsnog sterke honger ontstaan.
Signalen van een mogelijk te lage inname zijn:
vermoeidheid of duizeligheid;
verlies van spierkracht;
moeite om dagelijkse activiteiten vol te houden;
voortdurend koud zijn;
sterke avondhonger;
terugkerende eetbuien;
snel gewichtsverlies;
moeite om voldoende te drinken.
Wanneer weinig eten later tot sterke honger leidt, kan een regelmatiger eetpatroon helpen. Het passende aantal maaltijden en tussendoortjes verschilt per persoon.
3. De samenstelling van maaltijden sluit niet goed aan
De samenstelling van een maaltijd kan invloed hebben op de verzadiging. Een volwaardige maaltijd bevat doorgaans een combinatie van:
een eiwitbron;
groente, fruit of andere vezelrijke producten;
een passende bron van koolhydraten;
eventueel onverzadigde vetten.
Mogelijke eiwitbronnen zijn onder andere:
zuivel of een verrijkt plantaardig alternatief;
eieren;
vis, kip of ander vlees;
peulvruchten;
tofu of tempeh;
noten en zaden.
Meer eiwit is niet voor iedereen automatisch beter. De passende hoeveelheid hangt af van leeftijd, activiteit, totale voeding en gezondheid. Bij de meeste mensen is het wel aan te raden te streven naar een minimum van 1,2gram/kilogram eiwit.
Lees hierover meer in Gezond eten tijdens het afvallen
4. Je krijgt weinig vezels binnen
Vezelrijke voedingsmiddelen kunnen bijdragen aan verzadiging en een goede darmfunctie. Voorbeelden zijn:
groente en fruit;
volkorenproducten;
peulvruchten;
noten en zaden.
Bouw de hoeveelheid vezels geleidelijk op. Een snelle toename kan buikpijn, een opgeblazen gevoel of obstipatie verergeren. Voldoende drinken is daarbij belangrijk.
Bij ernstige maag-darmklachten of een vermoeden van vertraagde maaglediging moet voedingsadvies met de behandelaar worden afgestemd.
5. Je drinkt ongemerkt veel energie
Dranken verzadigen vaak anders dan vaste voeding. Frisdrank, vruchtensap, alcohol, gezoete koffie of andere energierijke dranken kunnen bijdragen aan de totale energie-inname zonder langdurige verzadiging te geven.
Dat betekent niet dat één product volledig moet worden verboden. Het kan wel helpen om tijdelijk te bekijken welke dranken je gebruikt en hoe vaak.
6. Slaap beïnvloedt je eetgedrag
Onvoldoende slaap kan invloed hebben op:
het ervaren van honger;
voedselkeuzes;
stemming en impulscontrole;
dagelijkse beweging;
herstel na inspanning.
Sommige mensen hebben na een korte nacht meer behoefte aan energierijke producten. Het effect verschilt per persoon en wordt niet door één afzonderlijk hormoon verklaard.
Voor veel volwassenen is zeven tot negen uur slaap een bruikbare algemene richtlijn, maar de slaapbehoefte verschilt. Aanhoudende vermoeidheid, ernstig snurken of ademstops tijdens de slaap kunnen aanleiding zijn om slaapapneu te onderzoeken.
7. Stress en emoties spelen een rol
Stress, somberheid, eenzaamheid, verveling of spanning kunnen het eetgedrag beïnvloeden. Sommige mensen eten bij stress meer, terwijl anderen juist minder eten.
Sta bij terugkerende trek kort stil bij wat je ervaart:
Heb je lichamelijke honger?
Heb je eerder op de dag voldoende gegeten?
Is er sprake van spanning, verveling of vermoeidheid?
Is het een vast eetmoment uit gewoonte?
Heb je controle over hoeveel je eet?
Bij lichamelijke honger kan eten een passende reactie zijn. Bij verveling of spanning kan een andere activiteit soms helpen. Het doel is niet om hongersignalen te negeren.
8. Eetgewoonten veranderen niet automatisch
Veel eetmomenten zijn gekoppeld aan dagelijkse situaties, zoals:
iets eten bij de koffie;
snacken tijdens televisie of werk;
onderweg eten;
eten als beloning;
eten om te ontspannen.
Medicatie verandert dergelijke gewoonten niet automatisch. Het kan helpen om te onderzoeken welke situaties regelmatig tot eten leiden en of je daarin iets wilt veranderen.
Een alternatief hoeft niet altijd te betekenen dat eten verboden wordt. Het gaat om bewuste keuzes en een patroon dat op langere termijn haalbaar is.
9. Er is sprake van eetbuien of controleverlies
Terugkerende eetbuien zijn niet alleen een teken dat de dosering mogelijk onvoldoende is. Ze kunnen passen bij een eetbuistoornis of ander verstoord eetgedrag.
Belangrijke signalen zijn:
in korte tijd een grote hoeveelheid eten;
het gevoel niet te kunnen stoppen;
eten zonder lichamelijke honger;
snel of heimelijk eten;
schuldgevoel of schaamte achteraf;
compenserend gedrag, zoals braken of extreem sporten.
Bespreek deze klachten met een arts. Medicatie voor gewichtsverlies is geen vervanging voor passende diagnostiek en behandeling van een eetstoornis.
10. Andere medicijnen of aandoeningen beïnvloeden de eetlust
Sommige medicijnen kunnen de eetlust of het gewicht beïnvloeden. Voorbeelden zijn bepaalde:
corticosteroïden;
antidepressiva;
antipsychotica;
medicijnen tegen epilepsie;
diabetesmedicijnen.
Ook ontregeling van diabetes, een trage schildklierwerking, slaapapneu en andere aandoeningen kunnen indirect invloed hebben.
Stop nooit zelfstandig met andere voorgeschreven medicatie. Bespreek mogelijke effecten met de voorschrijvend arts.
11. Het middel wordt niet regelmatig of correct gebruikt
Gemiste doses, een onjuiste injectietechniek of problemen met de bewaring kunnen het behandelresultaat beïnvloeden.
Controleer bij twijfel:
of je het middel volgens voorschrift gebruikt;
of doses zijn gemist;
of de injectiepen correct wordt gebruikt;
of het geneesmiddel volgens de bijsluiter is bewaard.
Neem geen dubbele dosis en hervat na een langere onderbreking niet zelfstandig de laatst gebruikte hoge dosering.
12. Je reageert beperkt op de behandeling
Een deel van de patiënten ervaart ondanks voldoende behandelduur en correct gebruik weinig effect op eetlust of gewicht. Vooraf kan niet betrouwbaar worden voorspeld hoeveel iemand zal afvallen.
Een beperkte respons betekent niet dat iemand onvoldoende zijn best heeft gedaan. De behandelaar kan beoordelen of voortzetting, aanpassing of beëindiging van de behandeling passend is.
Een hogere dosis of ander geneesmiddel is niet automatisch de beste vervolgstap.
Lees bij weinig gewichtsverlies ook: Waarom val ik niet af met semaglutide?.
Hoe wordt het behandelresultaat beoordeeld?
Het doel van de behandeling is niet dat je helemaal geen honger meer hebt. Ook kleinere porties of minder gedachten aan eten bewijzen op zichzelf niet dat de behandeling voldoende werkt.
De behandelaar kijkt onder andere naar:
de gewichtstrend;
middelomtrek;
bloeddruk en eventuele bloedsuikerwaarden;
veranderingen in gewichtsgerelateerde aandoeningen;
lichamelijk functioneren en conditie;
kwaliteit van leven;
voedingstoestand en spierkracht;
bijwerkingen;
behandelduur en dosering;
voorkeuren en behandelbelasting.
Ook wanneer het gewicht daalt, blijven voldoende voeding, behoud van spiermassa en het beperken van bijwerkingen belangrijk.
Wat kun je zelf doen?
De volgende stappen kunnen helpen om beter te begrijpen waar de trek vandaan komt.
Houd tijdelijk een eenvoudig overzicht bij
Noteer gedurende enkele dagen:
wanneer de trek ontstaat;
wat en hoeveel je eerder hebt gegeten;
hoeveel je hebt geslapen;
of er stress of een bepaalde emotie speelt;
of er lichamelijke honger is;
of er sprake is van controleverlies.
Dit overzicht is bedoeld om patronen te herkennen, niet om iedere calorie te controleren.
Kies voor volwaardige maaltijden
Probeer maaltijden zo samen te stellen dat ze voldoende voedingsstoffen bevatten. Eet rustig en geef jezelf de mogelijkheid om verzadigingssignalen op te merken.
Als grote maaltijden door misselijkheid of een vol gevoel niet lukken, kunnen kleinere eetmomenten soms beter passen.
Besteed aandacht aan spierbehoud
Tijdens gewichtsverlies kan naast vetmassa ook spiermassa verloren gaan. Voldoende voeding en regelmatige spierbelasting kunnen helpen om kracht en functioneren te behouden.
De hoeveelheid en intensiteit van beweging moeten passen bij je gezondheid en belastbaarheid. Een diëtist of fysiotherapeut kan hierbij helpen.
Bespreek aanhoudende problemen
Wanneer praktische aanpassingen onvoldoende helpen, is een medische beoordeling belangrijker dan steeds strengere voedingsregels. De behandelaar kan kijken naar gebruik, dosering, bijwerkingen, eetgedrag en mogelijke andere oorzaken.
Wanneer moet je contact opnemen?
Bespreek de klachten met je behandelaar wanneer:
je na de afgesproken evaluatieperiode weinig gezondheidsvoordeel ervaart;
je twijfelt over de dosering of injectietechniek;
je regelmatig doses mist;
je terugkerende eetbuien of controleverlies ervaart;
je eetlust zo sterk is verminderd dat voldoende eten of drinken niet lukt;
je snel gewicht verliest en spierkracht of conditie afneemt;
je aanhoudende maag-darmklachten hebt;
je diabetes hebt en de bloedsuiker ontregeld raakt;
je psychische gezondheid verslechtert;
je twijfelt of de behandeling nog bij je past.
Verander de dosering niet zelfstandig. Honger alleen is geen reden om sneller op te bouwen.
Patiënten die al worden behandeld via medicatieafvallen.nl kunnen hiervoor een controleafspraak plannen via de link in hun persoonlijke nazorginstructies.
Veelgestelde vragen
Is het normaal dat ik nog honger heb tijdens de behandeling?
Ja. Honger is een normaal lichamelijk signaal en hoeft niet volledig te verdwijnen. Sommige mensen merken wel dat zij eerder verzadigd zijn of kleinere porties voldoende vinden.
Betekent trek dat mijn medicatie niet werkt?
Niet automatisch. Het resultaat wordt niet alleen beoordeeld op eetlust, maar ook op gewicht, gezondheid, functioneren en bijwerkingen.
Bij aanhoudend veel trek en weinig klinisch resultaat kan herbeoordeling verstandig zijn.
Waarom heb ik vooral ’s avonds trek?
Avondtrek kan samenhangen met weinig eten overdag, vermoeidheid, stress, emoties of een vaste gewoonte. Deze factoren kunnen elkaar beïnvloeden.
Een tijdelijk overzicht van eetmomenten en omstandigheden kan helpen om het patroon te herkennen.
Moet de dosering omhoog als ik nog trek heb?
Niet zelfstandig. De dosering wordt aangepast volgens het schema van het geneesmiddel en na beoordeling van behandelduur, resultaat en bijwerkingen.
Niet iedereen hoeft de hoogste dosering te bereiken.
Kan stress meer trek veroorzaken?
Ja, stress kan eetgedrag beïnvloeden. De reactie verschilt echter per persoon. Sommige mensen eten bij stress meer, anderen juist minder.
Wat moet ik doen bij eetbuien?
Bespreek terugkerende eetbuien of controleverlies met je behandelaar. Een afzonderlijke beoordeling van het eetgedrag kan nodig zijn. Een diëtist of psycholoog kan onderdeel zijn van de behandeling.
Kan ik te weinig eten tijdens de behandeling?
Ja. Een sterk verminderde eetlust kan leiden tot onvoldoende energie, eiwitten, vocht of andere voedingsstoffen. Mogelijke signalen zijn vermoeidheid, duizeligheid, spierzwakte en zeer snel gewichtsverlies.
Neem bij dergelijke klachten contact op met je behandelaar.
Wanneer kan het resultaat goed worden beoordeeld?
Dat hangt af van het geneesmiddel, de opbouwfase, de bereikte dosering, de behandelduur en de medische situatie. Er bestaat geen vast moment dat voor iedere patiënt geldt.
Lees hierover meer in Wanneer zie je resultaat met afslankmedicatie?.
Conclusie
Nog steeds honger of trek hebben tijdens het gebruik van medicatie voor gewichtsverlies betekent niet automatisch dat de behandeling onvoldoende werkt. Het doel is niet om ieder hongergevoel uit te schakelen.
Eetlust wordt beïnvloed door een combinatie van lichamelijke, psychologische en omgevingsfactoren. Behandelduur, dosering, voeding, slaap, stress, gewoonten, andere medicijnen en de individuele biologische respons kunnen allemaal een rol spelen.
Volwaardige voeding, voldoende vocht, passende beweging en aandacht voor slaap en psychisch welzijn kunnen de behandeling ondersteunen. Deze maatregelen geven echter geen garantie op een bepaald gewichtsverlies en vervangen geen medische beoordeling.
Terugkerende eetbuien, controleverlies, onvoldoende eten of drinken en verlies van spierkracht verdienen extra aandacht. Verander de dosering niet zelfstandig, maar bespreek aanhoudende klachten met je behandelaar.
Meer algemene informatie over mogelijke behandelingen staat in het overzicht van medicijnen.
Wie behoefte heeft aan een individuele medische beoordeling kan de online vragenlijst invullen. Indien je in aanmerking komt voor een behandeling, kan je vervolgens een afspraak maken voor een vrijblijvende intake. Meer informatie over de achtergrond en werkwijze van mij staat op de pagina Over dokter Danny.
Gerelateerde artikelen
Bronnen
Wilding JPH, Batterham RL, Calanna S, et al. Once-Weekly Semaglutide in Adults with Overweight or Obesity. New England Journal of Medicine. 2021;384:989–1002.
Jastreboff AM, Aronne LJ, Ahmad NN, et al. Tirzepatide Once Weekly for the Treatment of Obesity. New England Journal of Medicine. 2022;387:205–216.
Rubino D, Abrahamsson N, Davies M, et al. Effect of Continued Weekly Subcutaneous Semaglutide vs Placebo on Weight Loss Maintenance in Adults With Overweight or Obesity: The STEP 4 Randomized Clinical Trial. JAMA. 2021;325:1414–1425.
Aronne LJ, Sattar N, Horn DB, et al. Continued Treatment With Tirzepatide for Maintenance of Weight Reduction in Adults With Obesity: The SURMOUNT-4 Randomized Clinical Trial. JAMA. 2024;331:38–48.
European Medicines Agency. Wegovy: product information. Geraadpleegd in augustus 2026.
European Medicines Agency. Mounjaro: product information. Geraadpleegd in augustus 2026.
European Medicines Agency. Ozempic: product information. Geraadpleegd in augustus 2026.
Nederlandse Internisten Vereniging. Richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen.