Krachttraining tijdens het afvallen: hoe pak je dat aan?

Wanneer je afvalt, verlies je meestal niet alleen vetmassa. Ook een deel van je vetvrije massa kan verdwijnen. Hieronder valt onder andere spiermassa. Dat kan vooral relevant zijn wanneer je snel of veel gewicht verliest, weinig eiwitten eet of nauwelijks lichamelijk actief bent.

Krachttraining geeft je spieren een reden om sterk te blijven. Je hoeft daarvoor niet dagelijks naar de sportschool of met zeer zware gewichten te trainen. Twee goed opgebouwde trainingen per week kunnen al een zinvolle basis vormen.

In dit artikel lees je waarom krachttraining belangrijk is tijdens het afvallen, hoe je veilig begint en hoe je een haalbaar trainingsschema opbouwt.

In het kort

  • Tijdens gewichtsverlies verlies je meestal niet alleen vet, maar ook een deel van je vetvrije massa.

  • Krachttraining kan helpen om spierkracht en spiermassa zo veel mogelijk te behouden.

  • Voor de meeste volwassenen vormen minimaal twee krachttrainingen per week een goede basis.

  • Train de belangrijkste spiergroepen, waaronder benen, heupen, rug, borst, schouders, armen en romp.

  • Als beginner kun je starten met één tot twee sets van ongeveer 8 tot 12 herhalingen per oefening.

  • De laatste herhalingen mogen uitdagend zijn, maar een goede techniek blijft belangrijker dan een zwaar gewicht.

  • Bouw trainingsbelasting geleidelijk op en geef je spieren voldoende tijd om te herstellen.

  • Combineer krachttraining met voldoende eiwitten, gezonde voeding en dagelijkse beweging.

  • Stop en vraag medisch advies bij pijn op de borst, flauwvallen, ernstige benauwdheid of andere alarmerende klachten.

Inhoudsopgave

  1. Waarom verlies je spiermassa tijdens het afvallen?

  2. Waarom is krachttraining belangrijk?

  3. Helpt krachttraining ook om vet te verliezen?

  4. Hoe vaak moet je krachttraining doen?

  5. Welke spiergroepen moet je trainen?

  6. Een praktisch beginnersschema

  7. Hoe zwaar moet je trainen?

  8. Hoe bouw je de training op?

  9. Krachttraining thuis of in de sportschool

  10. Krachttraining en GLP-1-medicatie

  11. Voeding en herstel na krachttraining

  12. Veelgemaakte fouten

  13. Wanneer moet je eerst medisch advies vragen?

  14. Veelgestelde vragen

  15. Conclusie

  16. Gerelateerde artikelen

  17. Bronnen

Waarom verlies je spiermassa tijdens het afvallen?

Wanneer je lichaam langere tijd minder energie binnenkrijgt dan het verbruikt, spreekt het verschillende energiereserves aan. Het grootste deel van het gewenste gewichtsverlies bestaat uit vetmassa, maar meestal neemt ook de vetvrije massa af.

Vetvrije massa bestaat niet uitsluitend uit spieren. Ook lichaamsvocht, organen, botten en bindweefsel vallen hieronder. Toch kan een deel van de afname daadwerkelijk uit spierweefsel bestaan.

Hoeveel spiermassa iemand tijdens het afvallen verliest, hangt onder meer af van:

  • de snelheid van het gewichtsverlies;

  • de grootte van het energietekort;

  • de hoeveelheid eiwit in de voeding;

  • de uitgangshoeveelheid spiermassa;

  • leeftijd;

  • lichamelijke activiteit;

  • krachttraining;

  • slaap en herstel;

  • ziekte en andere medische factoren.

Een klein verlies van vetvrije massa is tijdens aanzienlijk gewichtsverlies niet altijd volledig te voorkomen. Het doel is daarom niet om te beloven dat je helemaal geen spieren zult verliezen. Het doel is om onnodig spierverlies zo veel mogelijk te beperken.

Meer hierover lees je in Afvallen zonder spierverlies.

Waarom is krachttraining belangrijk?

Spieren passen zich aan, aan de belasting aan die ze regelmatig krijgen. Wanneer je je spieren nauwelijks gebruikt, is er voor het lichaam minder reden om spierweefsel te behouden. Krachttraining geeft juist een prikkel om spieren te blijven gebruiken en te herstellen.

Krachttraining kan tijdens het afvallen bijdragen aan:

  • het behoud van spiermassa;

  • het behoud of de verbetering van spierkracht;

  • beter dagelijks functioneren;

  • gemakkelijker traplopen, tillen en opstaan;

  • ondersteuning van de botgezondheid;

  • een betere lichaamssamenstelling;

  • verbetering van de insulinegevoeligheid;

  • meer vertrouwen in bewegen;

  • het verkleinen van de kans op vallen op hogere leeftijd.

Het getal op de weegschaal vertelt daarom niet het hele verhaal. Twee mensen kunnen evenveel afvallen, terwijl de één relatief meer vetmassa en de ander meer spiermassa verliest.

Een traject waarbij je vetmassa verliest en je spierkracht zo goed mogelijk behoudt, is vanuit gezondheidsoogpunt meestal gunstiger dan uitsluitend streven naar een zo snel mogelijke daling van het lichaamsgewicht.

Helpt krachttraining ook om vet te verliezen?

Krachttraining kost energie en kan daarmee bijdragen aan je totale energieverbruik. Toch is het aantal calorieën dat je tijdens één krachttraining verbrandt meestal niet de belangrijkste reden om ermee te beginnen.

De grootste waarde van krachttraining tijdens het afvallen ligt vooral in:

  • het belasten van je spieren;

  • het behouden of verbeteren van spierkracht;

  • het ondersteunen van je lichaamssamenstelling;

  • het gemakkelijker maken van dagelijkse beweging;

  • het opbouwen van een gewoonte die je ook na het afvallen kunt volhouden.

Gewichtsverlies ontstaat uiteindelijk door een langdurig verschil tussen energie-inname en energieverbruik. Voeding speelt daarin meestal de grootste rol. Krachttraining ondersteunt het proces, maar compenseert niet automatisch een structureel te hoge energie-inname.

Andersom geldt ook dat gezond eten zonder beweging niet optimaal is voor het behoud van spieren. Voeding en training vullen elkaar aan.

Lees voor de voedingsbasis ook Gezond eten tijdens het afvallen.

Hoe vaak moet je krachttraining doen?

De Nederlandse en internationale beweegrichtlijnen adviseren volwassenen om minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te doen.

Voor iemand die net begint, zijn twee volledige lichaamstrainingen per week vaak een goede en haalbare basis. Bijvoorbeeld:

  • maandag en donderdag;

  • dinsdag en vrijdag;

  • woensdag en zaterdag.

Door minimaal één rustdag tussen de trainingen te plannen, krijgen de spieren tijd om te herstellen.

Meer trainen is niet automatisch beter. Drie trainingen per week kunnen passend zijn wanneer je:

  • al aan krachttraining gewend bent;

  • voldoende herstelt;

  • genoeg energie en eiwitten binnenkrijgt;

  • geen toenemende pijn of extreme vermoeidheid ervaart;

  • de trainingsbelasting goed verdeelt.

Als je nog niet sport, kan één korte training per week een prima begin zijn. Regelmaat is in de eerste fase belangrijker dan een perfect schema.

Welke spiergroepen moet je trainen?

Een evenwichtig programma richt zich op alle grote spiergroepen:

  • bovenbenen;

  • bilspieren en heupen;

  • kuiten;

  • borst;

  • rug;

  • schouders;

  • armen;

  • buik- en rompspieren.

Je hoeft niet voor iedere afzonderlijke spier meerdere oefeningen te doen. Met een aantal samengestelde bewegingen kun je in een korte training vrijwel het hele lichaam belasten.

Denk aan bewegingen zoals:

  • hurken of opstaan uit een stoel;

  • een heupscharnier of deadliftbeweging;

  • duwen;

  • trekken;

  • iets boven het hoofd tillen;

  • dragen;

  • de romp stabiel houden.

Deze bewegingen lijken op handelingen die je in het dagelijks leven uitvoert. Dat maakt functionele krachttraining ook buiten de sportschool waardevol.

Een praktisch beginnersschema

Onderstaand schema is bedoeld als algemeen voorbeeld voor een gezonde volwassene zonder medische of lichamelijke beperkingen. Pas oefeningen aan wanneer je pijn hebt, slecht ter been bent of bepaalde bewegingen niet veilig kunt uitvoeren.

Warming-up

Begin met vijf tot tien minuten rustig bewegen, bijvoorbeeld:

  • wandelen;

  • fietsen;

  • rustig roeien;

  • enkele bewegingen zonder gewicht uitvoeren.

Het doel is om warm te worden en de oefeningen alvast gecontroleerd te oefenen.

Oefening 1: squat of opstaan uit een stoel

Train vooral:

  • bovenbenen;

  • bilspieren;

  • romp.

Als een vrije squat moeilijk is, kun je herhaaldelijk vanuit een stevige stoel opstaan en weer gecontroleerd gaan zitten.

Oefening 2: roeibeweging

Train vooral:

  • bovenrug;

  • schouders;

  • armen.

Je kunt deze oefening uitvoeren met een weerstandsband, kabelapparaat of halter.

Oefening 3: push-up of chest press

Train vooral:

  • borst;

  • schouders;

  • triceps.

Een push-up kan tegen een muur, aanrecht of bank worden uitgevoerd. Hoe hoger je handen staan, hoe lichter de oefening meestal is.

Oefening 4: heupscharnier of lichte deadlift

Train vooral:

  • bilspieren;

  • achterkant van de bovenbenen;

  • rugspieren.

De beweging moet vanuit de heupen komen, met een stabiele rug. Laat de techniek zo nodig beoordelen door een trainer of fysiotherapeut.

Oefening 5: shoulder press

Train vooral:

  • schouders;

  • armen;

  • rompstabiliteit.

Gebruik bijvoorbeeld lichte halters, flessen water of een trainingsapparaat.

Oefening 6: rompoefening

Mogelijke oefeningen zijn:

  • plank tegen een muur of bank;

  • bird dog;

  • dead bug;

  • gecontroleerd dragen van een gewicht.

Kies een oefening waarbij je normaal kunt blijven ademen en je romp stabiel kunt houden.

Sets en herhalingen

Als beginner kun je starten met:

  • één tot twee sets per oefening;

  • ongeveer 8 tot 12 rustige herhalingen;

  • 60 tot 120 seconden rust tussen de sets;

  • twee trainingen per week.

Begin eventueel met vijf oefeningen. Een training hoeft dan niet langer dan ongeveer 30 tot 45 minuten te duren.

De precieze aantallen zijn geen harde medische grens. Sommige mensen hebben baat bij meer herhalingen met een lichter gewicht, terwijl anderen beter reageren op een iets zwaardere belasting. Een veilige uitvoering en geleidelijke opbouw zijn belangrijker dan een exact getal.

Hoe zwaar moet je trainen?

Het gewicht moet licht genoeg zijn om de oefening technisch goed uit te voeren, maar zwaar genoeg om de spieren daadwerkelijk te belasten.

Een praktische richtlijn is dat je aan het einde van een set het gevoel hebt dat je nog ongeveer twee of drie nette herhalingen had kunnen uitvoeren. Je hoeft als beginner niet door te trainen totdat geen enkele herhaling meer mogelijk is.

De juiste belasting voelt meestal als volgt:

  • de eerste herhalingen gaan gecontroleerd;

  • de laatste herhalingen kosten duidelijk meer moeite;

  • je techniek blijft stabiel;

  • je kunt normaal blijven ademen;

  • je ervaart spiervermoeidheid, maar geen scherpe pijn.

Het is normaal dat spieren tijdens een oefening vermoeid raken. Een stekende pijn in een gewricht, plotseling krachtverlies of uitstralende pijn is geen normaal trainingsdoel.

Blijf ademen

Houd je adem niet langdurig vast tijdens het tillen. Vooral bij zware belasting kan persen met gesloten luchtwegen de bloeddruk tijdelijk sterk verhogen.

Een eenvoudige aanpak is:

  • adem in tijdens het gemakkelijker deel van de beweging;

  • adem uit tijdens het krachtigste deel.

Bij bepaalde sporten en zeer zware krachttraining kunnen andere ademhalingstechnieken worden gebruikt, maar die zijn voor een beginnend afvalprogramma meestal niet nodig.

Hoe bouw je de training op?

Je lichaam heeft een geleidelijk toenemende prikkel nodig om sterker te worden. Dit wordt progressieve belasting genoemd.

Je kunt de training zwaarder maken door:

  • iets meer herhalingen te doen;

  • een extra set toe te voegen;

  • een iets zwaarder gewicht te gebruiken;

  • een sterkere weerstandsband te kiezen;

  • de beweging verder uit te voeren;

  • de oefening beter gecontroleerd uit te voeren;

  • een moeilijkere variant te kiezen.

Verander bij voorkeur niet alles tegelijk.

Voorbeeld van een rustige opbouw

Week 1 en 2

  • één set per oefening;

  • lichte weerstand;

  • aandacht voor techniek.

Week 3 en 4

  • twee sets van enkele oefeningen;

  • dezelfde of iets hogere weerstand.

Week 5 en 6

  • twee sets van alle oefeningen;

  • gewicht verhogen wanneer 12 herhalingen gemakkelijk en technisch goed lukken.

Spierpijn na een nieuwe training kan voorkomen, vooral in de eerste weken. Ernstige spierpijn is echter niet nodig voor resultaat. Als je meerdere dagen nauwelijks normaal kunt bewegen, was de belasting waarschijnlijk te hoog.

Krachttraining thuis of in de sportschool

Beide kunnen effectief zijn.

Thuis trainen

Voordelen:

  • geen reistijd;

  • lage kosten;

  • gemakkelijk in te plannen;

  • je kunt rustig beginnen.

Je kunt thuis trainen met:

  • je eigen lichaamsgewicht;

  • een stevige stoel;

  • weerstandsbanden;

  • lichte halters;

  • gevulde flessen of een rugzak.

Let er wel op dat geïmproviseerde materialen stevig zijn en niet kunnen lekken, verschuiven of breken.

Trainen in een sportschool

Voordelen:

  • veel verschillende gewichten en apparaten;

  • belasting is nauwkeurig aan te passen;

  • begeleiding is vaak beschikbaar;

  • apparaten kunnen bij sommige oefeningen extra stabiliteit bieden.

Een trainer kan helpen met de uitvoering. Vertel daarbij over eventuele blessures, medische aandoeningen en je huidige conditie. Een trainer stelt geen medische diagnose en vervangt bij gezondheidsproblemen geen arts of fysiotherapeut.

De beste plek is uiteindelijk de plek waar je veilig en regelmatig kunt trainen.

Krachttraining en GLP-1-medicatie

Medicijnen zoals semaglutide (Ozempic, Wegovy, Rybelsus) en tirzepatide (Mounjaro) kunnen de eetlust en energie-inname sterk verminderen. Hierdoor kunnen sommige mensen snel gewicht verliezen.

Krachttraining blijft juist dan belangrijk, omdat een groot gewichtsverlies ook gepaard kan gaan met verlies van vetvrije massa. Toch is alleen trainen niet voldoende. Je lichaam heeft ook energie, eiwitten en hersteltijd nodig.

Let tijdens een behandeling met GLP-1-medicatie op:

  • voldoende eiwitinname;

  • voldoende vocht;

  • niet trainen wanneer je door braken of diarree uitgedroogd bent;

  • extra voorzichtigheid bij duizeligheid of een lage bloeddruk;

  • een geleidelijke trainingsopbouw;

  • voldoende herstel tussen trainingen;

  • het voorkomen van een extreem lage energie-inname.

Als je door verminderde eetlust nauwelijks kunt eten, is het meestal niet verstandig om tegelijkertijd zeer intensief te gaan trainen. Bespreek aanhoudende klachten of een extreem lage voedselinname met je behandelaar.

Lees ook:

Wil je meer weten over de verschillende behandelingen? Bekijk dan het overzicht van medicijnen voor gewichtsverlies.

Voeding en herstel na krachttraining

Training is de prikkel. Herstel is het proces waarin je lichaam zich aan die prikkel aanpast.

Voor goed herstel zijn onder andere belangrijk:

  • voldoende eiwitten;

  • een gevarieerd voedingspatroon;

  • voldoende vocht;

  • slaap;

  • rust tussen zware trainingen;

  • een niet onnodig groot energietekort.

Eiwitten verdelen over de dag

Het kan verstandig zijn om eiwitten over verschillende maaltijden te verdelen in plaats van vrijwel alles tijdens één maaltijd te eten.

Eiwitrijke opties na de training zijn bijvoorbeeld:

  • kwark of yoghurt;

  • melk of verrijkte sojadrank;

  • eieren;

  • kip of vis;

  • tofu of tempeh;

  • peulvruchten;

  • een gewone maaltijd met een passende eiwitbron.

Een eiwitshake is voor de meeste recreatieve sporters niet noodzakelijk. Deze kan praktisch zijn wanneer het met normale voeding niet lukt om voldoende eiwitten binnen te krijgen, maar vervangt geen gevarieerd voedingspatroon.

Meer informatie vind je in Hoeveel eiwit heb je nodig tijdens het afvallen?.

Veelgemaakte fouten

Te zwaar beginnen

Enthousiasme kan ervoor zorgen dat je in de eerste week veel te zwaar traint. Daardoor neemt de kans op forse spierpijn, overbelasting en afhaken toe.

Begin liever iets te licht en verhoog de belasting geleidelijk.

Alleen buikspieroefeningen doen

Met buikspieroefeningen kun je je buikspieren trainen, maar je kunt niet bepalen dat je lichaam uitsluitend vet rond de buik verliest.

Train daarom het hele lichaam.

Iedere training tot volledige uitputting gaan

Je hoeft niet bij iedere set door te gaan totdat geen enkele herhaling meer mogelijk is. Vooral voor beginners kan trainen met enkele herhalingen “over” al voldoende zijn.

Alleen naar de weegschaal kijken

Wanneer je begint met krachttraining, kan de ontwikkeling op de weegschaal tijdelijk anders verlopen door veranderingen in spierglycogeen en lichaamsvocht. Kijk daarom ook naar:

  • spierkracht;

  • middelomtrek;

  • kleding;

  • conditie;

  • dagelijks functioneren;

  • hoe je je voelt.

Onvoldoende herstellen

Dagelijks dezelfde spieren zwaar trainen is voor een beginner meestal niet nodig. Rustdagen horen bij het trainingsprogramma.

Pijn negeren

Spiervermoeidheid is iets anders dan scherpe of toenemende pijn. Pas een oefening aan en vraag zo nodig advies van een fysiotherapeut of andere deskundige.

Te weinig eten en drinken

Een zeer lage energie- en vochtinname kan leiden tot vermoeidheid, duizeligheid en slechter herstel. Dat is extra belangrijk wanneer je door GLP-1-medicatie weinig eetlust hebt.

Wanneer moet je eerst medisch advies vragen?

De meeste mensen kunnen veilig beginnen met lichte krachttraining. Overleg vooraf met een arts of fysiotherapeut wanneer je bijvoorbeeld:

  • recent een hartinfarct, operatie of andere ernstige aandoening hebt gehad;

  • pijn of druk op de borst krijgt bij inspanning;

  • onverklaard flauwvalt;

  • ernstige benauwdheid bij geringe inspanning ervaart;

  • een instabiele hart- of longaandoening hebt;

  • een zeer hoge of slecht gereguleerde bloeddruk hebt;

  • ernstige gewrichts- of rugklachten hebt;

  • problemen met evenwicht of lopen hebt;

  • door ziekte of gewichtsverlies sterk verzwakt bent;

  • zwanger bent en niet weet welke belasting passend is.

Stop tijdens het sporten en zoek passende medische hulp bij:

  • pijn of druk op de borst;

  • plotselinge ernstige benauwdheid;

  • flauwvallen;

  • nieuwe neurologische uitvalsverschijnselen;

  • ernstige hartkloppingen met duizeligheid;

  • een plotselinge scherpe pijn of duidelijk letsel.

Gewone inspanning zorgt ervoor dat je hartslag en ademhaling toenemen. Dat is iets anders dan alarmerende klachten.

Veelgestelde vragen

Is wandelen voldoende om spiermassa te behouden?

Wandelen is gezond en helpt bij conditie, dagelijkse beweging en energieverbruik. Het geeft de meeste spieren echter niet dezelfde trainingsprikkel als gerichte krachttraining. Een combinatie van wandelen of andere duurinspanning en krachttraining is daarom vaak gunstiger.

Moet ik naar een sportschool?

Nee. Met oefeningen zoals opstaan uit een stoel, squats, push-ups tegen een muur, roeien met een weerstandsband en rompoefeningen kun je thuis al een volledige training uitvoeren.

Hoe lang moet een krachttraining duren?

Een effectieve training hoeft niet lang te duren. Voor een beginner kan 30 tot 45 minuten voldoende zijn. Zelfs een kortere training kan waardevol zijn wanneer deze regelmatig wordt uitgevoerd.

Hoe snel word ik sterker?

Beginners kunnen vaak binnen enkele weken merken dat bewegingen gemakkelijker worden. In het begin komt vooruitgang deels doordat het zenuwstelsel de beweging efficiënter leert uitvoeren. Zichtbare veranderingen in spiermassa kosten doorgaans meer tijd.

Word ik door krachttraining niet te gespierd?

Een grote toename van spiermassa ontstaat niet onverwacht door twee lichte trainingen per week. Daarvoor zijn langdurige, gerichte training, voldoende voeding en een passende aanleg nodig.

Moet ik eerst afvallen voordat ik ga trainen?

Nee. Je kunt meestal juist tijdens het afvallen beginnen. Pas het niveau aan je huidige conditie en eventuele beperkingen aan.

Is krachttraining of cardio beter om af te vallen?

Ze hebben verschillende voordelen. Duurtraining verhoogt het energieverbruik en verbetert onder andere de conditie. Krachttraining helpt vooral om spieren te belasten en spierkracht te behouden. Een combinatie is meestal het meest compleet.

Moet ik spierpijn hebben na iedere training?

Nee. Spierpijn is geen vereiste voor een effectieve training. Je kunt sterker worden zonder na iedere training veel spierpijn te hebben.

Kan ik krachttraining doen tijdens het gebruik van Wegovy of Mounjaro?

Voor veel mensen kan dat, mits er geen medische beperkingen zijn en de training rustig wordt opgebouwd. Houd rekening met eventuele misselijkheid, duizeligheid, uitdroging, vermoeidheid en een lage energie-inname. Vraag je behandelaar om advies bij aanhoudende klachten.

Wat als ik door GLP-1-medicatie te weinig energie heb om te trainen?

Verlaag tijdelijk de intensiteit en duur en kijk kritisch naar je voeding en vochtinname. Train niet zwaar wanneer je uitgedroogd, ziek of erg verzwakt bent. Bespreek aanhoudende vermoeidheid of nauwelijks kunnen eten met je behandelaar.

Conclusie

Krachttraining is een belangrijk onderdeel van gezond en verantwoord afvallen. Het kan helpen om spiermassa, spierkracht en dagelijks functioneren zo goed mogelijk te behouden terwijl het lichaamsgewicht afneemt.

Je hoeft daarvoor niet extreem zwaar of vaak te trainen. Twee volledige lichaamstrainingen per week vormen voor veel mensen een goede basis. Begin met eenvoudige oefeningen, leer de juiste techniek en verhoog de belasting geleidelijk.

Combineer krachttraining met voldoende eiwitten, volwaardige voeding, dagelijkse beweging en herstel. Zeker bij snel gewichtsverlies of een sterk verminderde eetlust door GLP-1-medicatie verdienen voeding en spierbehoud extra aandacht.

De beste training is niet de zwaarste training. Het is een veilige training die voldoende prikkelt en die je maanden en jaren kunt blijven uitvoeren.

Persoonlijke begeleiding bij afvallen

Bij Afvallen met dokter Danny kijken we niet alleen naar het getal op de weegschaal. Ook voeding, beweging, spierbehoud, bijwerkingen en je algemene gezondheid zijn van belang.

GLP-1-medicatie is receptplicht. Vooraf moet een arts beoordelen of behandeling medisch verantwoord en passend kan zijn.

Wil je weten welke mogelijkheden er in jouw situatie zijn? Vul dan vrijblijvend de online vragenlijst in om te zien of je in aanmerking komt voor een behandeling en plan een direct een vrijblijvende intake.

Je kunt ook:

Gerelateerde artikelen

Voeding en spierbehoud

Leefstijl en duurzaam afvallen

GLP-1 en gewichtsverlies

Bronnen

  1. World Health Organization. WHO Guidelines on physical activity and sedentary behaviour. 2020. WHO-richtlijn voor bewegen en sedentair gedrag.

  2. World Health Organization. Physical activity – Fact sheet. WHO-informatie over lichamelijke activiteit.

  3. Gezondheidsraad. Beweegrichtlijnen 2017. Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad.

  4. U.S. Department of Health and Human Services. Physical Activity Guidelines for Americans, second edition. 2018. Volledige richtlijn.

  5. Sardeli AV, Komatsu TR, Mori MA, Gáspari AF, Chacon-Mikahil MPT. Resistance Training Prevents Muscle Loss Induced by Caloric Restriction in Obese Elderly Individuals: A Systematic Review and Meta-Analysis. Nutrients. 2018;10(4):423. Volledige publicatie.

  6. Lopez P, Taaffe DR, Galvão DA, et al. Resistance training effectiveness on body composition and body weight outcomes in individuals with overweight and obesity across the lifespan: a systematic review and meta-analysis. Obesity Reviews. 2022;23(5):e13428. Volledige publicatie.

  7. Cava E, Yeat NC, Mittendorfer B. Preserving Healthy Muscle during Weight Loss. Advances in Nutrition. 2017;8(3):511–519. Publicatie.

  8. Voedingscentrum. Afvallen met sport en beweging.

  9. Voedingscentrum. Eten en drinken bij spiergroei en krachtsport.

Deze informatie is bedoeld als algemene medische informatie en vervangt geen persoonlijk advies van een arts, fysiotherapeut of gekwalificeerde trainer. Heb je medische klachten of twijfel je welke belasting veilig is, bespreek dit dan met je behandelaar.

Vorige
Vorige

Hoeveel moet je bewegen tijdens het afvallen?

Volgende
Volgende

Gezond eten als je minder eetlust hebt door GLP-1-medicatie